Quick scan of ‘Man on the moon’?

We zaten nog wat na te praten na een lange werksessie, toen de opdrachtgever een anekdote vertelde over het werven van een trainee. Hij vertelde dat zijn gemeente aangesloten was bij een traineepool. Organisaties kunnen ‘klussen’ aandragen voor de trainees en deze worden vervolgens gepitcht. Het spreekt voor zich dat een aantrekkelijk en enthousiaste presentatie de kans vergroot dat er een trainee zou happen. Dus hij had zijn best gedaan om iets leuks te maken van de ‘Quick scan omgevingsprogramma IBOR’. Maar zoals hij zelf al had verwacht, legde hij het af tegen het ‘Circulaire buurthuis van de toekomst’. Sterker nog de begeleider van het traineeprogramma zei na afloop dat hij de poging om de quick scan op te leuken een dappere poging vond om van iets saais toch iets aantrekkelijk te maken.

Reframen?

Na hartelijk gelachen te hebben om dit voorval (het was immers heel herkenbaar), kwam de verbazing opzetten. Het is toch eigenlijk bizar? We werken allebei in een ontzettend mooi vakgebied en het wordt afgeschilderd als iets saais. Wat gaat hier niet goed? Onze eerste reactie was dat het allemaal draait om framing. Hebben we niet een periode gehad waarin opleidingen en masse hun naam veranderden om aantrekkelijker te worden voor nieuwe studenten? Ik moest ook denken aan een bedrijf dat mensen werft met nepadvertenties. Hun filosofie is dat ze met een paar trendy (zoek)termen jonge mensen naar de vacature trekken. Als de zoekers geïnteresseerd zijn reageren ze op de vacature, of ze sturen een open sollicitatie omdat de vacature niet past, maar het bedrijf wel andere mooie projecten uitvoert. Het is een tactiek die nog werkt ook.

Toverwoorden

Wat zijn dan die de termen waar jonge mensen is onze vakwereld naar zoeken? Navraag leert dat duurzaamheid, circulariteit en participatie hoog scoren. We zijn aangekomen bij een generatie die het misbruik van onze planeet voelt. Dat is anders dan voorgaande generaties die allerlei vruchten konden plukken, zonder daar de negatieve gevolgen van te hoeven te dragen. Dit staat trouwens bekend als moral hazard, een term die oorspronkelijk uit het verzekeringswezen komt. Wanneer mensen ergens tegen verzekerd zijn, gaan ze zich minder verantwoordelijk gedragen. Denk aan ‘Het is niet erg als ik het verlies, want ik ben er toch voor verzekerd’. Maar als je niet verzekerd bent en de gevolgen zelf moet dragen, dan leidt dat tot ander gedrag. En de jonge generatie ervaart precies dat als het gaat om onze planeet. Zij dragen de gevolgen. Dus het is geen wonder dat ze aanslaan op het  ‘Circulaire buurthuis van de toekomst’. Dat heeft alle toverwoorden in zich. Het gaat om de planeet, het gaat over mensen en het gaat over hun toekomst. Daaronder zit zeker ook techniek, projectmatig werken en kostenberekeningen, alleen dat hoor je niet terugkomen in de pitch.

Verhitte vriendenborrels

Pas op weg naar huis viel het kwartje. Het gaat niet zozeer om het feit dat we beheer of assetmanagement moeten omzetten naar trendy termen. Het gaat om de verbeeldingskracht. Het ‘Circulaire buurthuis van de toekomst’ wekt letterlijk een beeld op. Je ziet meteen waarvoor je aan de slag gaat. Dat daar ook corvee bij hoort, maakt niet uit; je hebt een spannend verhaal om te verhaal vertellen tijdens een vriendenborrel. Vergelijk dat eens met ‘Quick scan omgevingsprogramma IBOR’. Het zijn niet zozeer de saaie woorden; quick scans kunnen geweldig mooi zijn om uit te voeren. Nee, het is beschrijving van een werkwijze, in plaats van waar je het voor doet. We communiceren met werkwijzen, processen en corvee in plaats van waar al ons goede werk toe leidt: een mooie omgeving om in te verblijven en om te gebruiken, met waanzinnige uitdagingen waarin allerlei opgaven aan elkaar gekoppeld moeten worden. De scan wat het omgevingsprogramma betekent voor het Integraal Beheer van de Openbare Ruimte heeft alles in zich waar jongeren zich voor interesseren: duurzaamheid, circulariteit, samenwerken. Het gaat over hun eigen leefomgeving vol met dilemma’s die de vriendenborrels aardig kunnen verhitten. We hoeven het alleen maar zo te vertellen.

Man on the moon

Onze wijze van communiceren verraadt waar onze focus ligt: op het beheren van de infrastructuur en/of openbare ruimte, maar veel minder op waarom we dat doen. Als je dit herkent in jouw eigen organisatie, denk dan aan het verhaal van de ‘man op de maan’. Toen in 1962 president J. F. Kennedy op bezoek kwam bij NASA vroeg hij aan een schoonmaker: ‘Hi, I’m Jack Kennedy. What are you doning?’. De man antwoordde: ‘I’m helping to put a man on the moon’.

Foto: Pixabay – Jordan Singh